
Over het punt waarop wilskracht niet meer genoeg is en trots je alleen maar tegenhoudt
Vraag het aan tien ondernemers, en negen zullen zeggen dat ze alles zelf moeten kunnen. Je bent toch niet voor niets voor jezelf begonnen? Zelfstandig. Eigen baas. Je regelt het wel. Hulp vragen is iets voor mensen die niet goed voorbereid zijn. Die hun zaakjes niet op orde hebben. Zo voelt het vaak. Dus bijt je nog een keer op je tanden en duw je jezelf erdoorheen. Nog even. Nog een week. Nog een seizoen. Want het komt vast goed, zolang je maar blijft gaan.
Zo ging het bij mij ook. Jarenlang runden Lisette en ik ons eigen horecabedrijf. Met hart en ziel. Alles klopte aan de voorkant. Sfeer, service, beleving. Oog voor de gast, passie voor het vak. Maar achter de schermen draaide ik weken waar twee fulltimers nog van zouden schrikken. Dagen van 12 tot 16 uur waren normaal. Wekelijks tachtig tot honderd uur werken? Dat was gewoon hoe het was. Ik deed het omdat ik het kon. Omdat ik het wilde. Alles op wilskracht.
En het gekke is: ik was er nog trots op ook. Trots dat ik altijd door kon. Dat ik nergens voor terugdeinsde. Dat ik degene was die de boel overeind hield. Geen klus was te veel, geen moment te gek. Ik was de motor van de zaak. De alleskunner. De man op wie het hele bedrijf leunde. En stiekem vond ik dat ook wel mooi. Kijk mij eens alles regelen. Kijk mij eens doorgaan waar anderen zouden afhaken.
Tot mijn lichaam op een dag zei: tot hier en niet verder. Klaar. Geen discussie. Geen waarschuwing vooraf. Mijn lijf trok aan de noodrem en ik had niets meer in te brengen. Ik was leeg. Opgebrand. Gesloopt. En dat was het moment waarop ik gedwongen werd stil te staan. Niet omdat ik dat wilde, maar omdat het niet anders meer kon. Pas toen realiseerde ik me hoe ver ik mezelf had laten gaan. Hoe ik jarenlang alles en iedereen voorrang had gegeven, behalve mezelf.
Achteraf denk ik vaak: hoe heb ik het ooit zo ver laten komen? Waarom vond ik het normaal om alles zelf te doen, om elke dag de kar te trekken, ook al was die kar ondertussen loodzwaar geworden? Waarom dacht ik dat hulp vragen gelijkstond aan falen? Alsof je als ondernemer alleen iets waard bent als je het helemaal alleen redt. Alsof kwetsbaarheid geen plek mag hebben in het ondernemerschap.
En ik weet dat ik daar niet de enige in ben. Voor veel ondernemers voelt hulp vragen als iets wat je pas doet als het écht niet anders meer kan. Als een soort laatste redmiddel. Je voelt je zwak, onkundig, of gewoon dom omdat je het zelf niet hebt opgelost. Alsof je door hulp in te schakelen automatisch minder serieus genomen wordt. Minder ‘ondernemer’ bent.
Maar geloof me: dat is onzin. Echt. Die overtuiging sloopt je. Hulp vragen is geen teken van zwakte. Het is juist een kracht. Het vraagt lef om toe te geven dat je niet alles zelf hoeft te doen. Het vraagt moed om uit je eigen hoofd te stappen en iemand binnen te laten die je de spiegel voorhoudt. Het vraagt leiderschap om te kiezen voor groei in plaats van controle. En het vraagt realisme om te erkennen dat niemand dit alleen hoeft te kunnen.
Je hoeft het niet allemaal zelf te kunnen. Sterker nog: het is onrealistisch om dat überhaupt te willen. Ondernemen is geen solo-expeditie. De meest succesvolle ondernemers weten juist heel goed wanneer ze moeten afremmen, wanneer ze hulp moeten inschakelen of iets moeten uitbesteden. Niet omdat ze het niet snappen, maar omdat ze snappen dat hun eigen energie, tijd en gezondheid de basis zijn van alles.
En toch blijven zóveel ondernemers aanmodderen. Niet omdat ze het leuk vinden, maar omdat ze zichzelf vastzetten in een beeld van hoe het hoort. Ze denken dat falen begint op het moment dat je toe moet geven dat je het niet meer weet. Dus gaan ze door. Op karakter, op koppigheid, op pure wilskracht. Uit trots. Uit angst. Of gewoon omdat ze niet beter weten. Zeker als je in zwaar weer zit, als het financieel spannend wordt of als je omgeving vooral zegt dat je sterk moet blijven, wordt hulp vragen nog moeilijker. Maar het gekke is: ook als het juist goed gaat, kun je jezelf compleet uitputten.
Ik weet dat, omdat ik het zelf heb gedaan. Alles liep. De zaak draaide. Maar ondertussen draaide ík mezelf ook over de kop. En als ik nu terugkijk, denk ik: had ik maar eerder iemand naast me gezet. Iemand die me even uit die sneltrein had gehaald. Die tegen me had gezegd: ‘Ho eens even. Voor wie ben je aan het rennen? En waarheen?’ Een klankbord. Een spiegel. Een frisse blik van buitenaf die de zaken net even anders bekijkt.
Dat is precies wat ik andere ondernemers wil meegeven. Het hoeft niet zover te komen als bij mij. Je hoeft geen lichamelijke klap te krijgen om wakker geschud te worden. Je kunt ook gewoon op tijd de keuze maken om het anders te doen. Omdat je voelt dat het niet meer klopt. Omdat je er klaar mee bent om altijd maar sterk te moeten zijn.
Er is altijd iemand die het al eens heeft meegemaakt. Echt, je bent nooit de enige. Er is altijd wel iemand die een paar stappen verder is en snapt waar jij nu staat. Iemand die zonder oordeel luistert, de juiste vraag stelt, of als je die nodig hebt, gewoon even een schop onder je kont geeft. Niet om je kleiner te maken, maar juist om je weer vooruit te helpen.
Dus wees niet te trots om hulp te vragen. Niet pas als je vastloopt of de boel al in de fik staat. Maar ook niet alleen als alles tegenzit. Vraag ook hulp als het goed gaat, maar je voelt dat je jezelf aan het verliezen bent. Als je merkt dat je succes je opslokt. Als je stiekem verlangt naar rust, overzicht, of gewoon iemand die even met je meekijkt.
Want groeien doe je niet op wilskracht alleen. Echt niet. Dat houdt niemand vol. Je hoeft het niet alleen te doen. En sterker nog, je kúnt het ook niet alleen.
Dus… wat heb jij nu nodig, wat je al veel te lang voor je uit schuift?
En belangrijker nog: wie zou je vandaag nog kunnen bellen?